Identiteit

Rudolf Steiner en vrijeschoolonderwijs

Rudolf Steiner (1861-1925) is de grondlegger van het vrijeschoolonderwijs. Werkend vanuit het gedachtegoed van de antroposofie, werd in 1919 in Stuttgart de eerste vrijeschool geopend.  Het ‘vrije’ dat Steiner beoogde was dat de school een eigen pedagogisch uitgangspunt zou hebben, en zich niet zou hoeven conformeren aan regelgeving door de overheid. Het kind centraal. De opvoeding centraal.

Read more:  Identiteit

Onderwijsvisie van de Michaëlschool

De Michaëlschool is een vrijeschool waar goed onderwijs wordt gegeven en waar vanuit een antroposofisch pedagogisch kader wordt gewerkt. Goed onderwijs betekent voor ons dat de leerlingen in de cognitieve vakgebieden naar kunnen presteren en dat zij op sociaal-emotioneel en kunstzinnig gebied zich evenwichtig ontwikkelen.

Read more: Onderwijsvisie van de Michaëlschool

De klassen

De Michaëlschool heeft twee kleuterklassen waarin kinderen van 4, 5 en 6 jaar zitten (groep 1 en 2 gemengd). Daarna hebben wij enkelstromige klassen: klas 1 t/m 6 (dat is groep 3 t/m 8). Op de vrijeschool is de kleutertijd nog echt kleutertijd: vanuit het spel wordt de ontwikkeling van de kinderen gevoed en begeleid. Ook de cognitieve ontwikkeling in taal- en rekenen.

Read more: De klassen

Kleuters

Het onderwijs in de kleuterklassen

In de kleuterklassen wordt in de breedte gewerkt aan de ontwikkeling van de kinderen. Veiligheid en geborgenheid staan centraal. De kinderen beleven de seizoenen en de jaarfeesten intensief. In de nazomer worden bessen en appels geplukt en wordt jam en moes gemaakt. Maar de kinderen werken ook met letters en cijfers. Er wordt heen en teruggeteld, met letters gestempeld en worden boekjes gelezen. In het tweede kleuterjaar worden aan de hand van de methodiek van José Schraven de eerste stappen gezet op weg naar het leren lezen (www.zoleerjekinderenlezenenspellen.nl).

Elke dag van de week heeft een eigen activiteit, bijvoorbeeld schilderen, bakken of knutselen. De jaarfeesten zijn als gouden kralen in de ketting van dagen en weken. Ze helpen de kinderen het jaarritme te beleven. De mooi verzorgde seizoentafel, de seizoengebonden sprookjes en liederen versterken de beleving van het jaarritme.

De oudste kleuters die na de zomer naar de 1e klas zullen gaan, hebben één keer per week een lange schooldag. Op die middag kunnen de leidsters bijvoorbeeld een extra accent leggen op de ontwikkeling van de taakgerichtheid, de taal- en rekenvoorwaarden. De doorgaande leerlijn van de kleuterbouw naar klas 1 wordt op deze manier vormgegeven en geborgd. Grote kleuters die nog niet (helemaal) leerrijp zijn, kunnen op deze middagen extra zorg en aandacht hiervoor krijgen, zodat zij na de zomer allemaal klaar zijn voor de 1e klas.

 
 

 

 

 

 

Klas 1

Lesstof in klas 1 (groep 3)

Als kinderen in de eerste klas komen, zijn zij over het algemeen zeer gemotiveerd om te leren. Ze zijn hongerig om zich kennis en vaardigheden eigen te maken.
De verwachtingen zijn groot, de kinderen staan open voor alle indrukken, elk woord van meester of juf nemen zij diepgaand in zich op. In de kleuterklas is de zelfstandigheid vaak gegroeid. Zouden zij zich in de eerste klas ook groot kunnen voelen?
In alles speelt de beleving een grote rol, de liedjes, de gebaren. Kinderen leren nog altijd vanuit het nabootsen, vanuit de herhaling. Het liefst doen zij alles nóg een keer!

Read more: Klas 1

Klas 2

Lesstof in klas 2 (groep 4)

In de tweede klas wordt de vertelstof gevormd door de fabels en heiligenlegenden.
Fabels schetsen de typisch menselijke karaktereigenschappen van mensen in verhalen die over dieren gaan. De humor over de menselijke tekortkomingen spreekt de tweedeklassers aan: ook zijzelf vertonen steeds duidelijker hun grapjes en (on)hebbelijkheden.
De heiligenlegenden zijn de verhalen over wonderen (denk aan het verhaal van Sinterklaas of Sint Maarten). Deze verhalen vertellen over hoe mensen innerlijk verder kunnen groeien door aan hun eigen ontwikkelpunten te werken en hun leven in dienst te stellen van iets hogers of iets diepers. In de komende jaren zullen de kinderen nog veel verhalen uit alle andere grote wereldgodsdiensten horen.
In taal en rekenen worden de vaardigheden uitgebreid en worden de onderwerpen verder uitgediept. Spelling, lezen en schrijfvaardigheden worden steeds belangrijker en veelvuldig geoefend.

Klas 3

Lesstof in klas 3 (groep 5)

In de derde klas bestaat de vertelstof uit de oude ambachten en uit verhalen van het Oude Testament en de Joodse cultuur. Het eerste scheppingsverhaal wordt verteld. In latere jaren zullen tal van andere scheppingsverhalen uit andere culturen aan de kinderen worden verteld.

De kinderen beleven het verhaal van Noach en de ark en de eenzame tocht van Mozes en de zijnen door de woestijn. De figuur van Mozes weerspiegelt datgene wat de klas als groep doormaakt: in de derde klas wordt de groep echt stevig gevormd, evenals het Joodse volk tijdens de tocht op zoek naar een nieuw land.

De leestekens worden geoefend, woordsoorten worden benoemd. Bij rekenen wordt er gecijferd met tijd en geld en gemeten, de sommen gaan nu tot aan de duizend en er wordt voorbereidend naar de breuken gekeken. Bij de kunstzinnige vakken en het vreemde talenonderwijs komen de wekelijkse gymnastieklessen.

Klas 4

Lesstof in klas 4 (groep 6)

De vierde klas kenmerkt zich door een fase waarin de leerlingen zich bewust worden van de verandering tussen hun eigen binnenwereld en de buitenwereld. En ook van het feit dat de werkelijkheid niet altijd harmonisch is. Kinderen vinden in dit jaar een nieuwe verhouding tussen zichzelf en de wereld om hen heen.

Bij deze fase sluiten de verhalen uit de Noorse mythologie goed aan, waarin allerlei goden voorkomen elk met hun eigen vermogens en onvermogens.
In deze verhalen wordt de wereld geschapen uit een grote esdoorn die in het heelal groeit. Aan de voet van deze immense boom, wonen de drie godinnen die zich verbonden hebben met het verleden, het heden en de toekomst. Zij spinnen wol tot draden. Telkens wanneer er een draad wordt doorgesneden, sterft er een mens op aarde. De vrouw van het heden spint door en door en telkens wanneer er een nieuwe draad wordt aangeknoopt, wordt er op aarde een kindje geboren. Prachtige verhalen en een rijke voedingsbron die wij de kinderen meegeven.

In het rekenen doen de breuken hun intrede. Daarnaast oefenen de kinderen zich verder in het optellen, delen, vermenigvuldigen en aftrekken. Abstracte logica verschijnt.

Bij het taalonderwijs is dat de grammatica, de verleden-, tegenwoordige- en toekomende tijd en het voortgezet technisch lezen.
De dieren worden bij biologie onder de loep genomen. En in de winter gaan we schoolschaatsen.

Klas 5

Lesstof in klas 5 (groep 7)

De vijfde klas kenmerkt zich in hoofdlijnen door harmonie en evenwicht. De leerling raakt meer thuis in de wereld en krijgt vertrouwen in zichzelf. Zeker zijn er nog vragen maar de scherpe kantjes zijn er af.
De kinderen ontdekken dat ze eigen wegen kunnen vinden en bewandelen.

De vertelstof wordt ontleend aan de Griekse mythologie en aan de wereldgodsdiensten en oude culturen. Verhalen uit het oude Perzie, Egypte, het Hindoeïsme en het Boeddhisme worden verteld.
Stap voor stap komen we bij de moderne mens.

Bij aardrijkskunde leren de kinderen hoe alles met alles te maken heeft. Een T-shirt hier, is gemaakt van katoen uit Azië, genaaid in Taiwan, verscheept naar Rotterdam, gekocht in Leeuwarden, de skyline van New York staat er op...

Meer en meer gaat het om de exacte harde feiten en het naadje van de kous. De deuren en de ramen naar de wereld worden steeds wijder opengezet.
Bij biologie krijgen de kinderen plantkunde: de plantenwereld wordt tot op het kleinste zaadje bekeken, ervaren, getekend.

Het feit dat de leerlingen de dingen steeds meer exact willen doorgronden houdt niet in dat ze nu alleen met hun hoofd werken. Heel de schoolperiode op de Michaëlschool blijft het van belang dat leerlingen de kennis ook ervaren, proeven, ondervinden, beleven en zich eigen maken van binnen. Dat doen zij door de vertelstof altijd ook kunstzinnig te verwerken in periodeschrift, gedichten, werkstukken en ander beeldend werk.

Klas 6

Lesstof in klas 6 (groep 8)

In het laatste schooljaar willen de leerlingen meer en meer argumenteren en beredeneren. Hoe horen de dingen, wat zijn de regels en wetten of wetmatigheden achter de dingen? Vaak wordt de leerkracht overstelpt met vragen en beweringen waarop de kinderen een kritische argumentatie wensen te horen.

In de zesde klas staan de Romeinen en de Middeleeuwen centraal. De Romeinen die de halve (bekende) wereld veroverden, passend bij de zesdeklasser, die aan de vooravond staat om een belangrijk deel van zijn eigen wereld te veroveren: de middelbare schooltijd.

De Middeleeuwen, met daarbinnen ruimte voor de biografie van Mohammed en de Islam.

Bij het rekenen gaat het om opgaven die meer met het praktische leven te maken hebben, zoals het berekenen van inhoud, procenten en rente. Bij de natuurkundeles verbazen de kinderen zich over de mysterieuze werking van magnetisme en elektriciteit. Tijdens het vormtekenen wordt de stap gemaakt naar de meetkunde. Vijf-, twaalf- en complexe vierentwintig-puntige sterren worden getekend. De passer wordt gebruikt, er wordt mee geconstrueerd.

Bij biologie komen nu de mineralen aan bod: duidelijke en geometrische vormen die aansluiten bij de meetkunde. Het logische denken van de zesdeklasser begrijpt de heldere wetmatigheden van het kristal.

EU e-Privacy Directive

This website uses cookies to manage authentication, navigation, and other functions. By using our website, you agree that we can place these types of cookies on your device.

View e-Privacy Directive Documents

You have declined cookies. This decision can be reversed.

You have allowed cookies to be placed on your computer. This decision can be reversed.

Michaelschool Leeuwarden op FaceBook!